Lughnasadh spreek uit: Loenasse
Datum: rond1 augustus 
Land / gebied: Wereld
Religie: Natuurgodsdienst
Soort: landbouwfeest /oogstfeest

De naam 'Lughnasadh' komt van de Keltische zonnegod Lugh. Lugh betekent 'de schijnende'. Lugh was, na de dood van de God Nuada, leider van de Tuatha de Danaan.De astrologische datum kan per jaar verschillen. Traditioneel wordt het feest vanaf de zonsondergang op 31 juli gevierd, maar er zijn veel mensen die het feest liever op het astrologisch juiste moment vieren, omdat dit de viering extra 'kracht' verleend.

Lughnasadh kondigt het einde van de zomer en het begin van de herfst aan, de dagen zijn kortende. De dagen waren al kortende vanaf Midzomer, maar de veranderingen worden nu duidelijker merkbaar. Dit is de tijd waarin het oogsten begint.

Het graan dat rond deze tijd wordt geoogst werd veel gezien als de god zelf. De god offert hierbij zichzelf op om ons van voedsel te voorzien. Hij wordt opnieuw herboren als het zaad voor de volgende oogst wordt gezaaid. 
Het oogstfeest is niet alleen een eerbetoon aan de Godin en de God. Rituele handelingen dienden ook om de levenskracht op te wekken die vooral met het graan werd verbonden. De Romeinen noemden die kracht numen, de Germanen spraken van Macht of Kracht. In elke graankorrel is deze kracht te vinden, maar vooral rond de laatste halmen die geoogst werden of de laatste schoven die op het veld bleven staan, bestonden gebruiken om deze kracht te activeren.
Ook dit heidense oogstgebruiken werden mogelijk verboden of gekerstend door de kerk. De Maagd Maria nam de plaats van de Romeinse Graangodin in. Wat niet op Maria betrokken kon worden, werd toegeschreven aan demonen, die met de Duivel in verbinding zouden staan. Het werd als een doodzonde gezien om heidense oogstgebruiken in ere te houden. De graandemon werd een wezen om bang voor te zijn, een boeman waarvoor de kinderen gewaarschuwd werden.
Toch lieten de Graangod en de Graangodin zich niet zonder meer verdrijven. Zo werd het laatste graan vaak de Oude Vrouw, Arenmoeder of Korenmoeder genoemd, soms ook de Korenmaagd. Ook de Graangod bleef in de Heidense oogstgebruiken een rol spelen, vermomd als de Oude Man, de Roggeman, de Tarweman, de Oogstman en dergelijke benamingen.
Naar verloop der jaren, leefden de heidense Goden niet meer zo onder het gewone volk en hun namen was men vrijwel vergeten, en verbannen. Maar de levenskracht die in elke graankorrel en in elke splinter van elke boom huist, die kracht was nog springlevend. Het onderkennen van deze levenskracht is ouder dan het vereren van persoonlijke Goden en zit dieper geworteld. Daarom liet men onder invloed van het Christendom het geloof in de Oude Goden vrij gemakkelijk los, maar bleven de gebruiken rond het activeren van de levenskracht bestaan zolang de oogstgebruiken in ere gehouden werden. De steeds verder gaande mechanisatie van het landbouwbedrijf maakte vele handelingen onmogelijk of minstens overbodig. De secularisatie van de samenleving, waarin geen plaats meer was voor rituelen en magische gebruiken, gaf in veel gevallen de nekslag aan een jaarfeest dat vele duizenden jaren had bestaan.