Van Heidendom naar het Christendom

Avalon Zwaard

Verzaakt u de duivel? Ik verzaak de duivel.
En alle duivelse toverij? Ik verzaak alle duivelse toverij.
En al duivels werk? Ik verzaak al duivels werk en woorden.
Donar en Wodan en Saxnot en alle demonen die hun metgezellen zijn.


Deze formule, die we kennen uit een 9e eeuws handschrift, werd in de middeleeuwen gebruikt bij het afzweren van het oude geloof en de aanname van het Christendom. Toch blijven er gedurende de middeleeuwen steeds berichten verschijnen dat priesters er voor dienen te zorgen dat de bevolking zich niet opnieuw overgeeft aan het heidendom.

Dat had ten dele te maken met het feit dat de geloofsovergang vaak eerder een politieke dan een religieuze achtergrond had. De eerste missionarissen maakten gretig gebruik van de mogelijkheden, hen door de paus geschonken om bepaalde elementen van het heidendom over te nemen. Voor hun prediking vertrokken ze liefst naar een van ouds bekende heilige plek, omdat het volk gewend was hier bijeen te komen en om juist op die plek proefondervindelijk aan te kunnen tonen dat de christelijke god machtiger was dan de Germaanse goden, die immers niets tegen de nieuwe prediking konden verrichten.

In het volksgeloof werden veel elementen en plaatsen overgenomen die nog uit de heidense traditie stamden. Dat wil niet zeggen, dat de bevolking nog daadwerkelijk in de oude heidense goden geloofde, maar de grens tussen Christendom en oude traditie was wel vaak erg smal. De Germanen en Kelten, die in de Lage Landen woonden, aanbaden verschillende aspecten van de natuur. Daarbijwas vooral de vruchtbaarheid en de genezende kracht van de natuur van belang. Ook werden lokale goden en godinnen vereerd, die over het heil van de gemeenschap waakten. Wellicht waren dit voor een deel vergoddelijkte voorouders, waarvanmen de verering uit eerdere perioden (bronstijd) nog voortzette.


Pas met de komst van de Romeinen krijgen goden een meer menselijke gestalte, die ook als zodanig wordt afgebeeld. De Romeinen stelden de plaatselijke goden waar dat kon gelijk met hun eigen goden.

Voor deze goden werden stenen tempels gebouwd. Zulke tempels zijn onder meer opgegraven in Nijmegen, Cuijck (te zien op het ARCHEON) en te Empel bij 's Hertogenbosch. Na de terugtocht van de Romeinen in de vierde eeuw blijft het enkele eeuwen duister. Wanneer we weer over schriftelijke bronnen beschikken, in de loop van de 8e en 9e eeuw is de kerstening in volle gang. Christelijke missionarissen verwoesten heilige bomen, stenen en drinken uit/dopen in heilige bronnen. Blijkbaar was de verering van deze natuurlijke elementen gewoon door gegaan.  

Bron © Judith Schuyf.