Carnaval
Imbolc, de voorloper van het Carnaval
Waar de traditie van verkleden en feesten vandaan komt, is niet helemaal duidelijk. Vroeger zaten de kerken er dan ook danig mee in hun maag. Het enige dat ze wisten was dat het een hardnekkig heidens gebruik was. Eén aannemelijke theorie is dat het feest van de Grieken afkomstig is. Zij vierden eind februari een driedaags feest ter ere van Dionysus of Bacchus. Afbeeldingen van deze god van de wijn werden op een scheepskar (carrus navalis) door Hellas gereden.

In de historische verankering van het carnavalsfeest zijn grofweg twee stromingen te onderscheiden. Op de eerste plaats is er de visie op het feest als een van oorsprong heidens lentefeest met vruchtbaarheidsrituelen. Koning Winter moest worden verdreven zodat de vruchtbaarheid na de winter terug kon keren. In de middeleeuwen zou de katholieke kerk dit heidense feest gekerstend hebben en opgenomen in de liturgische jaarkalender.
De meeste populaire studies over het carnaval beginnen met een historisch overzicht dat tot ver vóór Christus teruggaat. Maskerades, de tijdelijke opheffing van de sociale ongelijkheid, het instellen van een korte periode van chaos en uit het volk aangestelde schertskoningen die enkele dagen heersen; dit soort feestrituelen kwam in het oude Babylon, in Mesopotomië en Egypte, bij de Grieken, de Romeinen en de Germanen al voor.

Omdat de heidense gebruiken niet uit te bannen waren, besloten de kerken er op positieve wijze gebruik van te maken. Zij verbonden het feest aan de Vastenavond. De naam carnaval zou in dit verband afkomstig zijn van het Latijnse carne vale ('vaarwel vlees'). Een andere aannemelijke verklaring is dat het een afleiding is van 'carrus navalis'.
Het 'heidense' carnaval werd in heel Europa gevierd. Bijvoorbeeld in Rusland is dit feest bekend onder de naam maslenitsa (vrij vertaald: boterfeest). Antropologisch gezien is het carnaval een omkeringsritueel, waarin maatschappelijke rollen worden omgedraaid en normen over gewenst gedrag worden opgeschort.
(Bron: vanharte.nl )
 

De religieuze betekenis van carnaval
Carnaval wordt ook Vastenavond genoemd, al is dit eigenlijk de dinsdagavond van carnaval. Van oudsher was het een eetfestijn, omdat het de laatste mogelijkheid was zich te buiten te gaan voor de 40 dagen vasten, waarin men zich beperkte tot het minimaal noodzakelijke.
De vasten is ter herdenking van de 40 dagen die Jezus volgens het Nieuwe Testament in de woestijn vastte en tevens ook tot bezinning op de christelijke kernwaarden. Op vette dinsdag (voor de vasten) werd al het vet wat er in huis was opgemaakt omdat het anders zou bederven. De term is afgeleid van het Latijn: carne vale, wat 'vaarwel aan het vlees' betekent.

Een andere mogelijke verklaring voor de term is het eveneens Latijnse carrus navalis: scheepswagen, hetgeen zou verwijzen naar rondtrekkende groepen in een als een schip ogende wagen of kar, het zogenaamde narrenschip, maar ook kan slaan op het schip waarmee de god van de zee der Kelten/Germanen uit het noorden kwam om deel te nemen aan de winterfeesten. De Romeinen vierden het feest van de saturnalia dat veel kenmerken van het hedendaagse carnaval had zoals drink en eetgelagen, een soort prins carnaval, vermommingen en optochten door de straten.
Waarschijnlijk bestond het carnavalsfeest dus al langer dan de christelijke traditie, en heeft de kerk het gemakkelijker gevonden het heidense carnaval in een katholieke traditie om te zetten dan het uit te bannen. Dit was overigens ook met andere voorchristelijke feesten gebeurd zoals Kerstmis dat oorspronkelijk een 'heidens' midwinterfeest was.
(Bron: Wikipedia)
Het zoveelste feest, dat de kerk heeft afgenomen van hun voorloper het Heidendom!